Komende cantate

180px-Johann_Sebastian_Bach.jpg

Zondag 11 februari

Cantate BWV 127  "Herr Jesu Christ, wahr' Mensch und Gott"

Bach componeerde deze cantate voor 11 februari 1725. In het kerkelijk jaar is de voorbereiding op Pasen ingezet. Lijden en genade staan centraal in deze cantate. Met de aankondiging van Jezus dat de weg naar Jeruzalem is ingeslagen waar hij gekruisigd zal worden - én uit de dood weer op zal staan, en ook met het verhaal van de blinde Bartimeus die Jezus aanroept  en door hem wordt genezen.

Het is een koraalcantate uit Bachs tweede jaargang in Leipzig (1724-1725). In het openingskoor horen we de koraalmelodie in brede lijnen gezongen door de sopranen, terwijl de andere koorpartijen daar met allerlei variaties op het openingsmotief van datzelfde lied omheen zingen. Maar in dit bijzonder rijke stuk laat Bach de instrumenten in lange noten nog een tweede koraalmelodie spelen: Luthers bewerking van het Agnus Dei. En in de baslijn worden we ook nog herinnerd aan het koraal ‘O Haupt voll Blut und Wunden’.

Na dit prachtige complexe openingsdeel volgt een tenor-recitatief met de overtuiging dat, ook als op de laatste dag alles uit zijn voegen raakt, Christus nabij zal zijn en rust zal geven. De sopraan sluit erbij aan met haar ontroerende aria ‘Die Seele ruht in Jesu Händen’ in dialoog met de hobo, begeleid door blokfluiten en continuo. Dan breekt de dag van het laatste oordeel aan, uit­gebeeld door trompet en strijkers, een heftig tumult waar tegenin de bas probeert overeind te blijven met de zekerheid van zijn geloof terwijl de wereld ineenstort. We beëindigen de cantate met een slotkoraal vol indringende harmonische wendingen.

 
slotkoraal vast oefenen? zie hieronder, en klik op de mp3 van je stem (onder de tekst)!