180px-Johann_Sebastian_Bach.jpg

zondag  12 februari  19.30 uur :

BWV 144  "Nimm, was dein ist, und gehe hin"

Bach schreef deze cantate voor de zondag “septuagesima”, in het kerkelijk jaar de eerste van een serie opeenvolgende zondagen die toeleiden naar Pasen.
“Wees tevreden met je deel” – dat is het centrale motief. De titel is ontleend aan Mattheus 20: 1-16, het verhaal over de wijnboer, die dagloners in dienst nam. Het loon wordt van tevoren duidelijk afgesproken, en er wordt hard gewerkt. Veel later op de dag ziet hij nog een aantal mannen werkeloos staan, en ook hen huurt hij nog in. Maar aan het eind van de dag betaalt hij aan die laatste arbeiders evenveel als aan de mannen die al vanaf  ’s morgens vroeg hadden lopen ploeteren. Waarop de werkers van het eerste uur verbolgen reageren. Maar de wijngaardenier zegt dan: “Nimm was dein ist, und gehe hin” – neem je rechtmatige deel in ontvangst en ga heen. De moraal van dit verhaal: God is rechtvaardig, aanvaard je lot zoals het je wordt toebedeeld.
De cantate opent met een streng opgebouwde vierstemmige fuga (een muziekstuk waarin hetzelfde thema achtereenvolgens op dezelfde manier in alle stemmen steeds weer tot klinken komt) voor koor en orkest. Dan volgt een troostrijke aria, gezongen door de alt met orkestbegeleiding: Zit nou maar niet te morren als de dingen niet helemaal gaan zoals je wilde; wees tevreden met wat je krijgt. En meteen daarop aansluitend een bekend koraal: “Was Gott tut, das ist wohlgetan”.
Vervolgens komt de tenor met een recitatief waarin tevredenheid opnieuw beloond wordt en ontevredenheid slechts tot kommer en kwel zal leiden. Ook in de daarop volgende aria voor de sopraan, begeleid door een oboe d'amore (een bijzondere hobo uit Bachs tijd met een wat milder timbre) met fagot en orgel, worden we gemaand gelukkig te zijn met de dingen die op onze weg komen. Het centrale en telkens herhaalde woord is: “Genügsamkeit”.

Samen besluiten we de cantate met een ander bekend koraal: “Was mein Gott will, das g'scheh allzeit”. Vele malen heeft Bach dit koraal getoonzet, ook (later) in de Matthäus Passion, maar Bach zou Bach niet zijn als hij dat niet iedere keer weer op een andere manier zou doen!