Interview met de dirigent

Door: Jacques de Vroomen In: De Stenen Bank, aug. 2008

wouter_van haaften_2.jpgIEDEREEN KAN MEEZINGEN MET BACH

De maandelijkse uitvoering van een cantate van Bach in 'onze' Petruskerk, een cultureel pareltje in Hees. Je moet er op tijd bij zijn want de kerk is iedere keer weer ruim voor de begintijd tot de laatste bank gevuld. Als ik dominee was, zou ik een jaloers man zijn. De man achter dit prachtige initiatief is Wouter van Haaften, dirigent en organisator. Ik sprak met Wouter van Haaften.

Waar ligt het begin?
Lang geleden, ruim veertig jaar, zijn we met zo'n reeks Bach-cantates begonnen in Utrecht in de Geertekerk. Ik heb daar zo'n fijne herinnering aan dat ik het graag nog eens wilde overdoen. Nu dus, in Hees.

Wat is je drive?
Mijn drive is allereerst de muziek van Bach. Het bijzondere van Bachs muziek is dat ze je op een of andere manier boven jezelf uit kan tillen. Het is meer dan een pure schoonheids–beleving. Het kan een vorm van diep geluk zijn, of ook troostrijk als je verdrietig bent. Dat is wat ik vooral hoop dat de Bach-cantates in de Petruskerk voor veel mensen mogen betekenen. Ongeacht ieders heel verschillende religieuze of niet-religieuze achtergrond. Daarom moet de toegang ook vrij blijven. Iedereen is volkomen welkom. Iedereen met z'n eigen bagage.

Taal en muziek
Bij Bach zijn woord en muziek nauwer verweven dan bij enige andere componist. Tot in de kleinste details. Zoals de lang aangehouden noot als het over het geduld gaat dat van ons gevraagd wordt, of de stilte die hij laat vallen als het gaat over de stilte van de dood. Bach spreekt de bevindelijke taal van zijn tijd. Maar wat hij zegt, met die woorden en met die muziek, is universeel. Het heeft onmiddellijk ook op je eigen situatie betrekking. Ik vind dat Henk Gols er altijd erg goed in slaagt om dat in zijn korte tekst en uitleg voor de uitvoering duidelijk te maken.

Gemeenschap
Wat de muziek betreft is het daarom zo belangrijk dat alle aanwezigen - misschien met enige moeite maar toch - vierstemmig het slotkoraal kunnen meezingen. Ik denk dat dat bepalend is voor de hele sfeer: je komt niet om achterovergeleund te luisteren of er misschien niet een valse noot klinkt; je komt om erbij te zijn. Samen met het koor, het (per cantate verschillend samengestelde) orkest, de vocale en de instrumentale solisten, en tenslotte dus met z'n allen, voeren we de cantate uit. Iedereen is daar actief bij betrokken. Het is iets van ons allemaal.  Het is, om zo te zeggen,  niet van buitenaf maar van binnenuit.

Als in de tijd van Bach
Dat is de "formule" waarvoor we hebben gekozen. We houden ons in principe aan de cantates die Bach voor die specifieke zondagen van het kerkelijk jaar schreef, want dat was Bachs inspiratie. Koor en orkest zijn ook niet veel groter dan waarmee Bach het in zijn tijd moest doen. En ook onze repetitietijd is niet veel meer: we hebben één koorrepetitie en één orkestrepetitie. Daarna zetten we op de zondagmiddag van de cantate alles met koor en orkest en solisten in korte tijd in elkaar. Dat is riskant, want Bachs muziek is buitengewoon moeilijk en complex, maar zo blijft het voor professionals en heel goede amateurs steeds weer heel spannend om mee te doen. De inzet van al die begaafde musici is geweldig, en daarom lukt het toch. En iedereen voelt zich gedragen door de fijne sfeer in de Petruskerk.